Een doordachte aanpak van vliegenoverlast in stallen

Vliegenoverlast is voor veel veehouders een bekend probleem. Vliegen zorgen niet alleen voor overlast bij mens en dier, maar zijn ook verantwoordelijk voor het overdragen van ziektes. Daarnaast veroorzaken vliegen veel stress bij vee.

Het voorjaar staat voor de deur, de overwinterde vliegen komen uit winterslaap en zoeken hun weg naar buiten. Door de hogere temperaturen ontpoppen de maden sneller. Een effectieve vliegenbestrijding is dan ook alleen mogelijk als men tijdig begint met bestrijden. Alleen volwassen vliegen bestrijden is niet genoeg; ook de maden, poppen en eieren van de vliegen moeten worden aangepakt.

Preventieve aanpak van vliegenoverlast

Een goede preventieve aanpak begint bij een schone omgeving. Probeer broedplaatsen voor vliegen zoveel mogelijk te voorkomen door bijv. mestkorsten en voerresten op te ruimen. Bent u op zoek naar een effectief vliegenbestrijdingsmiddel? Dan kan er gekozen worden voor Rhino-Mite®. Rhino-Mite® is een roofmijt die de eieren van vliegen eet. Het tijdig inzetten is dus een pré. Omdat de mijten de eieren van de vliegen eten, zal het geen direct zichtbare werking hebben maar een goede werking op langere termijn.

De toepassing van Rhino-Mite®

Rhino-Mite® wordt toegepast in de vorm van strooien. Het beste kan Rhino-Mite worden gestrooid over de mest in de stal, langs de randen en op vochtige plaatsen in de stal. Omdat er steeds weer nieuwe mest bij komt in de stal is het wel raadzaam om regelmatig nieuwe Rhino-Mite uit te zetten. Zo zullen de roofmijten ervoor zorgen dat de vliegenplaag zich niet kan ontwikkelen en zullen de grote zwermen met vliegen uitblijven. Rhino-Mite® wordt geleverd in een verpakking met vochtig strooimateriaal, met daarin zwartveen als basis. In een verpakking van 1 liter zitten ongeveer 10.000 roofmijten en in een verpakking van 5 liter zitten ca. 50.000 exemplaren. Het is belangrijk om het materiaal eerst goed te mengen voordat het wordt uitgestrooid. Blijf dit mengen herhalen tijdens het strooien, want de roofmijten zijn geneigd zeer snel naar de oppervlakte te komen. Bij het uitzetten van de roofmijten gaan we uit van 2 introducties met een tussentijd van 2 weken. Daarna is het even afwachten hoe de populatie zich zal ontwikkelen en of het nodig zal zijn om na enige tijd de Rhino-Mite nogmaals wat toe te passen. Tijdens het uitmesten van de stal zullen de roofmijten mee naar buiten genomen worden en op de mesthoop belanden waar zij hun werking behouden. Helaas is het niet goed mogelijk om de Rhino-Mite® in drijfmest opslagplaatsen te gebruiken. Daarvoor hebben we onderstaande mogelijkheden ter beschikking.

Maden en poppen bestrijden

Wanneer er al sprake is van een flinke vliegenpopulatie is het nog altijd mogelijk om deze biologisch te bestrijden, zowel met roofvliegen als sluipwespen.
Maden in de gierkelder kunnen worden aangepakt met roofvliegen. De roofvlieg legt zijn eitjes in korsten op de mest. Dit is ook de plaats waar de vliegen hun eieren afzetten. De larven van de roofvlieg zullen de vliegenmaden opeten en ze op die manier bestrijden. De roofvliegen worden als pop geleverd in kokertjes met draagstof. Je kunt deze kokertjes zonder deksel ophangen in de stal. De roofvliegen zullen dan zelf uit de koker kruipen en hun weg vinden naar de mestput.
Daarbij is het zinvol om bij de start van de bestrijding ook sluipwespen uit te zetten. Deze zullen de aanwezige vliegenpoppen in zowel de mestopslagplaatsen als in de stal direct bestrijden, zodat het sein “Vlieg-Meester” eerder gegeven kan worden. Daarna kunt u omschakelen naar Rhino-Mite® en zult u de plaag eenvoudig in de hand kunnen houden.

De toepassing van Neporex

In de gierkelder kunnen de maden ook chemisch bestreden worden door het toepassen van Neporex. Het middel werkt als maaggif. Na inname zorgt het voor een geremde groei van de vliegenlarven, terwijl het vervellingsproces wordt onderbroken en normale verpopping wordt verhinderd. Dit betreft dus echt een middel wat goede resultaten op langere termijn biedt; een snelle werking kan dan ook niet verwacht worden. Neporex wordt toegepast in de vorm van strooien, gieten of spuiten. De toepassing dient gericht te worden uitgevoerd op de behandeling van broedplaatsen. Volwassen vliegen worden met het middel niet bestreden. Tijdens de toepassing hoeven de dieren niet uit de stal of het hok te worden verwijderd. Dosering: 250 gr / 10m2.